OnderwerpenFoto AlbumsPublicaties |
Liturgische kleding6 Maart jl. was ik precies een halfjaar werkzaam in het parochieverband Lingewaard. In alle 7 parochiekerken ben ik intussen twee of drie keer voorgegaan in de weekendliturgie. En de parochiekernen, die nog een doordeweekse viering kennen, hebben me nog wat vaker kunnen zien. En.. sommige parochianen hebben zich misschien stiekem wel eens afgevraagd: wat heeft ze toch áán ?? Vóór ik in het parochiepastoraat begon, had ik zelfs nog nooit liturgische kleding gedragen. Een pastoraal werkende is een lekenvoorganger. En er zijn voor lekenvoorgangers geen kerkelijk bindende voorschriften voor liturgische kleding. Het was voor mij vanzelfsprekend - zeker vanuit het vormingswerk voor jongeren - om 'in burger' voor te gaan. Daar geldt namelijk: je aanvaarding als voorganger moet je verdienen met je wijze van voorgaan, niet met je kleding. Bovendien: ik ben een leken -voorgangster. Ik ben officieel benoemd en door de bisschop gezonden als pastoraal werkster. Maar ik behoor, als leek, niet tot de geestelijke stand en dus ook niet tot de hiërarchie van de kerk. Zelfs áls de mogelijkheid er zou zijn voor mij als vrouw, dan nóg zou ik niet gewijd willen worden. Die roeping heb ik simpelweg niet. Ik vind het belangrijk om dat helder te houden. De Kerk dringt daar trouwens ook op aan. Ik vind het daarom voor mijzelf niet gepast, dat ik mij liturgische kleding zou aanmeten (bijvoorbeeld een witte gebedsmantel), die ook door de geestelijkheid gedragen wordt. Ook niet onbelangrijk: ik ben een pastoraal werkster, die graag dicht bij de mensen blijft die ze mag voorgaan. De gebruikelijke liturgische kleding werkt op mij - door zijn toch wat klerikale karakter - vervreemdend. Die brengt een onderscheid aan tussen mij en mijn parochianen, dat niet zinvol is. En dat belemmert mij om de nabije en spontane voorgangster te zijn die ik ben. Mijn collega's in het pastorale team van parochieverband Lingewaard respecteren gelukkig hoe ik ben. Maar wezen me er ook op, dat het misschien toch wel nodig zou zijn om op de één of andere manier het voorganger -zijn meer zichtbaar te maken. En dus ging ik op zoek naar een compromis. Ik kwam terecht bij de firma Slabbinck in Zwolle, sinds jaar en dag leveranciers van liturgische kleding. Ik keek de rekken met gewaden door helemaal verrukt van de mooie stoffen en borduursels! - Maar wáár was nou toch de damesafdeling??? Uiteindelijk heb ik het een verkoopmedewerker gevraagd. Hij keek me bedremmeld aan en zei: "Tja, weet u, die is er niet. Als dames een liturgisch kledingstuk bestellen, dan wordt dat van boven wat wijder gemaakt dan het herenmodel en dat is het dan." - Een vrouw als een 'van boven wat wijder gemaakte man'??? Ik moet zeggen: ik herken me niet zo erg in die beschrijving. Eerlijkheidshalve heb ik toch zo'n 'verwijd' model aangepast. En zelfs de verkoopmedewerker schudde zijn hoofd. Maar de medewerker van Slabbinck snapte mijn probleem en ging samen met mij aan het experimenteren. We kwamen uit op een halflange tuniek, telkens in de passende liturgische kleur. Maar wáár die te vinden?? Een gespecialiseerde kledingwinkel in Emmen bracht de oplossing. En zo ben ik het afgelopen halfjaar dus voorgegaan in de liturgie in een tuniekachtig gewaad in de passende liturgische kleur: groen voor de zondagen door het jaar, een wit accent voor de hoogfeesten, rood fluweel voor de H.Geest en daar waar feest en martelaarschap samengaan en paars fluweel voor Advent en Vasten. Mét daarop het bij mijn installatie ingezegende borstkruis als teken van mijn zending door de bisschop! Het was natuurlijk wél spannend hoe de kerkgangers zouden reageren. Ik moet zeggen: de reacties die mij ter ore kwamen waren overwegend positief, of werden dat na enige uitleg. En ik voel me in als een visje in het water waar liturgie zo een spel van God en mensen mag zijn, waarin ruimte is voor nieuwe symbolen en vormen, ontleend aan het leven en beleven van alledag. De traditionele liturgische kleding is destijds immers óók ontleend aan de toenmalige dagelijkse kleding van Romeinse soldaten? Ik ga er natuurlijk van uit, dat men met negatieve reacties en vragen óók gewoon naar mij toekomt. Dan kunnen we er met elkaar over praten. En zal in ieder geval het wederzijds begrip groeien. Tot slot één bijzondere reactie. 5 Maart jl. had ik de eer om samen met vicaris Rentinck voor te gaan in de Vormselviering te Doornenburg. Twee tellen vóór de viering kwam er iemand de sacristie binnenlopen. Ze keek eens naar de vicaris in zijn rode, prachtig geborduurde kazuifel. Keek toen eens naar mij en voelde even aan mijn rood fluwelen tuniek. Toen riep ze: "Dát vind ik leuk!" Ze draaide zich naar de vicaris en zei: "Ja, die van u is óók prachtig, hoor, maar dít - en ze draaide weer naar mij toe - dít vind ik de mooiste!" De vicaris glimlachte. Myriam Hent, pastoraal werkster. |