OnderwerpenFoto Albums |
Voorleesbrief mgr. dr. W.J. EijkBroeders en zusters in Christus Jezus onze Heer, “Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken,” zo zegt Jezus in het op de 14e Zondag door het Jaar gelezen Evangelie. Jezus navolgen is in onze tijd geen eenvoudige opgave. Wie Hem echter navolgt in zachtmoedigheid en bereid is zich zoals Hij klein te maken, dat wil zeggen dienstbaar op te stellen tegenover God en zijn medemensen, zal ervaren dat deze opdracht – hoe zwaar ook – te volbrengen valt door de kracht die Hij ons geeft. Zo vinden we rust voor onze zielen. Het wordt met recht en reden de Blijde Boodschap genoemd dat de Heer onze geloofsgemeenschap en ieder van ons persoonlijk bemoedigt en steunt in het volbrengen van onze levensopgave en in het dragen van de lasten die het leven met zich meebrengt. Het aartsbisdom Utrecht wil zich er sterk voor maken dat deze Blijde Boodschap ook in de toekomst verkondigd zal worden. Tijdens mijn rondgang samen met de vicaris-generaal en de secretaris-generaal / kanselier langs de 45 parochieverbanden heb ik in de afgelopen vier maanden van dichtbij gezien hoe een groot aantal mensen in de parochies zich enthousiast inzet voor hun geloofsgemeenschap. Ook heb ik gesproken met onder anderen leden van de pastorale teams, parochiebesturen en stuurgroepen. Veel parochies zijn sterk en vitaal. Er zijn veel vrijwilligers. Hun inzet is bewonderenswaardig. Nogal wat parochies in ons aartsbisdom mogen zich gelukkig prijzen met grote koren die op aanstekelijke wijze de liturgische vieringen muzikaal opluisteren. In mijn vele ontmoetingen met vormelingen en tijdens diocesane jongerendagen heb ik ervaren hoe ook in onze tijd jonge mensen geraakt worden door Christus en zijn Evangelie. Dat ruim 300 jongeren uit ons aartsbisdom binnenkort zullen deelnemen aan de Wereld Jongeren Dagen in Sydney getuigt daar ook van. Dit neemt echter niet weg dat er veel parochies zijn die zich zorgen maken over hun toekomst. Ook het aartsbisdom zelf is niet zonder zorgen. Zoals uitgebreid is bekendgemaakt, dreigt voor het aartsbisdom op korte termijn een ernstig gebrek aan de financiële middelen die nodig zijn om pastorale taken te behartigen. Voor alle duidelijkheid; dit ligt niet aan gebrek aan vrijgevigheid van uw kant. De kerkelijke bijdragen van katholieken in het aartsbisdom behoren tot de hoogste in de Kerkprovincie en ik dank u daarvoor hartelijk. Uw gaven mogen echter niet de uiteindelijke oplossing vormen voor de exploitatietekorten van ons aartsbisdom. Het aartsbisdom kan zijn problemen niet oplossen door in de toekomst alsmaar zwaardere bijdragen aan parochies te vragen. Dus doet zich de noodzaak voor om de tering naar de nering te gaan zetten en op de uitgaven te bezuinigen. In dit verband heb ik na overleg met mijn staf en na het raadplegen van het Kapittel en de Raad voor Economische Aangelegenheden van ons aartsbisdom besloten tot een ingrijpende reorganisatie. Pijnlijke maatregelen bleken daarbij onvermijdelijk:
Laatstgenoemde ingreep raakt vooral de werknemers, de vrijwilligers en de dekenale bestuurders die voor langere of kortere tijd met hart en ziel vorm hebben gegeven aan het dekenale dienstwerk en waarvoor ik hen van harte dank wil zeggen. Een aantal werknemers zal gelukkig elders in de kerkelijke organisatie een nieuwe baan kunnen vinden. Er komt ook een goed sociaal plan maar dat kan de pijn, de teleurstelling en de zorgen natuurlijk niet wegnemen. Voor de parochies en het aartsbisdom is het gevolg van de opheffing van de dekenaten dat hun activiteiten in het komende half jaar zullen wegvallen. En, heel begrijpelijk, velen van u vragen zich af hoe de pastorale activiteiten in de toekomst gestalte zullen krijgen die de dekenaten tot op heden verzorgen. Tegen deze achtergrond leek het mij goed om u in een tussentijds voortgangsbericht te informeren over de wijze waarop het aartsbisdom zal proberen om zijn pastorale opdracht na de opheffing van de bestaande dekenaten zo goed mogelijk te vervullen. Het zou beter zijn geweest (en ik had ook liever de mogelijkheid gehad) om voorafgaand aan de opheffing van de dekenaten al een uitgewerkt pastoraal beleidsplan op te stellen. Echter de nijpende financiële situatie van ons aartsbisdom gedoogde geen verder uitstel. Nu is het een zaak van wijsheid en voorzichtigheid om eerst te onderzoeken wat moet en wat kan alvorens op pastoraal gebied iets nieuws te beginnen. Mijn streven is om in het aartsbisdom zo spoedig mogelijk een pastoraal beleidsplan te ontwikkelen dat voor de komende jaren houvast biedt en richting wijst. Daaraan gekoppeld wil ik een pastorale organisatie tot stand brengen die op langere termijn bestendig is. Het is voor iedereen duidelijk dat na het ontslag van de dekenale werknemers niet alles wat zij deden met dezelfde intensiteit kan worden voortgezet. Maar een aantal activiteiten, verzorgd door de huidige dekenaten, is wezenlijk. Deze mogen niet verloren gaan. Inmiddels heeft de bisdomstaf overleg gevoerd met vertegenwoordigers van de dekenale besturen gezamenlijk en tevens met de afzonderlijke dekenale besturen om te bekijken hoe bepaalde werkzaamheden van de dekenaten kunnen worden gecontinueerd. Besloten is om een viertal werkgroepen in te stellen die zich zullen buigen over deelterreinen van de dekenale activiteiten. In de werkgroepen bevinden zich leden van de bisdomstaf, leden van de dekenale besturen en dekenale en diocesane dienstverleners. Het is de bedoeling dat zij vóór 1 september aanstaande een advies uitbrengen. Een zeer belangrijke taak is weggelegd voor de werkgroep “Vorming en toerusting van vrijwilligers”. Goed toegeruste vrijwilligers zijn mede de ruggengraat van parochiebesturen, pastoraatsgroepen, locatieraden en werkgroepen. De pastorale school en de diocesane kadervorming zijn van grote waarde en moeten doorgang vinden. Zij zullen echter niet – zoals voorheen in de dekenaten – op vijf plaatsen tegelijk kunnen plaatsvinden. In ieder geval zullen zij die het eerste jaar van de pastorale school hebben gevolgd, in staat worden gesteld ook het tweede jaar af te ronden. Al in een eerder bezuinigingsplan van kardinaal Simonis was voorzien dat de toerusting van vrijwilligers vanaf 2010 niet meer door dekenale dienstverleners, maar door leden van pastorale teams zou worden verzorgd. Nu blijkt dit eerder nodig dan aanvankelijk was verwacht. De werkgroep “Zorg voor leden van pastorale teams” zal adviseren hoe in de toekomst vorm kan worden gegeven aan de begeleiding van pastorale teams en de individuele begeleiding van priesters, diakens en pastorale werkers en werksters. De derde werkgroep, “Begeleiding samenvoeging parochies”, zal bekijken hoe het proces van samenvoeging van parochies in een parochieverband tot één grote parochie (waartoe mijn voorganger, kardinaal Simonis, reeds had besloten) door een projectgroep vanuit het aartsbisdom en door lokale deskundige vrijwilligers kan worden begeleid en aldus tot een goed einde gebracht. De laatste werkgroep, “Secretariaat en communicatie”, adviseert over de secretariële werkzaamheden van de dekenaten en over de vraag welke daarvan moeten worden gecontinueerd. Waarschijnlijk zal de secretariële ondersteuning centraal worden gecoördineerd vanuit het aartsbisdom. Daarnaast zal deze werkgroep een advies uitbrengen over de toekomstige communicatie tussen aartsbisdom en parochies. U ziet dat er met inzet van alle betrokkenen hard wordt gewerkt aan de toekomst. Ons aartsbisdom zal de Blijde Boodschap van de Heer met verve blijven uitdragen, weliswaar met bescheidener middelen dan in het recente verleden, maar met niet minder elan en vuur. Wie onder lasten gebukt gaat, mag erop rekenen dat de Heer hem rust en verlichting schenkt. Dit vertrouwen willen we ook onder de huidige, niet gemakkelijke omstandigheden blijven uitstralen. Het is mijn voornemen om u in de komende Adventstijd een langere pastorale brief te schrijven, waarin onder meer het concrete pastorale beleid voor de toekomst zal worden uiteengezet. Graag zou ik u allen willen oproepen om u te blijven inzetten voor uw lokale geloofsgemeenschappen en ook voor het aartsbisdom dat we samen vormen, met het vuur dat u tot nu toe bezielt. Tevens zou ik u willen vragen te bidden tot God die ons allen in Zijn Kerk - hier in de Kerk van Utrecht – bijeenbrengt. Dat Hij alles wat wij ondernemen voor de uitbreiding van Zijn Rijk overvloedig zegent. Utrecht, 24 juni 2008, |