Evacuatie en opbouw

Het was slechts de inleiding tot een nog groter catastrofe: toen het oorlogsfront vlak bij de westgrens van Gendt kwam stil te liggen, er vast raakte voor vele maanden en de Gendtse bevolking tot vluchten dwong; het dorp zelf aan de verwoesting en plundering ten prooi liet. Als het martelend verlangen naar eigen dorp en huis eindelijk vervuld wordt door de bevrijding en de terugkeer vanuit de Gelderse Achterhoek en overig Nederland, vinden velen geen woonhuis terug. Honderden woningen zijn totaal vernield, de rest zwaar of licht beschadigd ..... en blijft vooral nog de tol aan mensenlevens. De kerk was dermate beschadigd dat zij moest worden afgebroken. Ook het verenigingsgebouw Providentia - de voormalige waterstaatskerk - werd onherstelbaar beschadigd. Er kwam een noodkerk, de tegenwoordige Providentia. Tijdens de bouw van dit tijdelijk gebedshuis vond de parochie onderdak bij de familie Schaars aan de Dorpstraat, alwaar de zaal van het cafe dienst doet als noodkerk. De vernielde kerk werd op de oude plaats herbouwd en in 1952 in gebruik genomen. Op het terrein van de voormalige Waterstaatskerk kwam het Wit-Gele-Kruisgebouw te staan.

Zo volgt na een periode, nationaal gekenmerkt door arbeidsschuwheid en genotzucht, bureaucratie en corruptie, ook in Gendt een materieel, een burgerlijk en sociaal, een cultureel en geestelijk herstel als wel niemand toen durfde te verwachten. Het belangrijkste van de naoorlogse ontwikkeling is evenwel, dat door samenwerking van geestelijke en wereldlijke instanties er een nieuw en modern gemeenschapsgevoel over Gendt schijnt vaardig geworden.

Door dit alles heen loopt als een zilveren draad Gendt's wereldopenheid als van de brede en kalme, zeewaarts-stromende rivier waarlangs het ontstond. En Gendt's beslotenheid als van een gemeenschap, die door de weergaloze vruchtbaarheid van zijn bodem een landelijke gemeenschap gebleven is.