Grotere kerk

De bevolking van Gendt groeide gestaag. Van 1958 in 1851 naar 2635 in 1892. In laatstgenoemd jaar kwam Theodorus Huygens als pastoor naar Gendt. Sociaal gezien waren het geen beste jaren. Zeker niet in Gendt met zijn steenfabrieksarbeiders, schippers, kleine boertjes en telers en een geringe bovenlaag van beter gesitueerden. Werkloosheid en andere tegenslagen waren aan de orde van de dag en samen vormden zij helaas een goede voedingsboden voor uitwassen zoals drankmisbruik.

Pastoor Huygens was er de man niet naar zich bij de problemen neer te leggen. Hij was een krachtig, intelligent en sociaal ge6ngageerd mens, die in 20 jaren veel tot stand zou brengen. Omdat de kerk te klein was geworden wierp hij zich allereerst op als een echte bouwpastoor. Hij stichtte de vereniging "Templo Domini" voor het verzamelen van gelden; richtte een brief aan de steenfabrikanten met begroting van het aantal stenen nodig voor de kerk. Hij riep vele parochianen in het geweer om zijn plannen kracht bij te zetten. In juni 1904 gingen er twee brieven naar Utrecht, een van "arbeiders" en een van - verschil moet er zijn - "burgers en neringdoenden".

Beide brieven zijn vergezeld van resp. 173 en 49 handtekeningen. In de laatste brief staat dat de kerk veel te klein is: "( ... ) niet alleen de meeste arbeiders, maar ook enigen van ons (moeten) gedurende godsdienstoefeningen staan ". Volgens de ondertekenaars lijdt het godsdienstig leven daar zeer onder, "vooral bij de jeugd wat in den tegenwoordigen tijd zeer te betreuren is". In 1906 gaf de aartsbisschop toestemming voor de bouw van een nieuwe kerk en pastorie. Op 25 juni 1908 werd de neo-gotische kerk aan de Nijmeegsestraat officieel ingewijd. Naar idee van pastoor Huygens werd de Waterstaatskerk van 1844 nadien verenigingsgebouw Providentia.