Reformatie

In de zestiende eeuw vond een aantal gelovigen dat er dringend hervormingen in de kerk nodig waren. Sommigen, zoals Erasmus en Melanchton probeerden die binnen de kerk te realiseren, anderen, Luther, Calvijn en Zwingli kwamen buiten de rooms-katholieke kerk te staan. Bij het doorvoeren van de hervormingen waren niet alleen religieuze motieven doorslaggevend. Politieke en sociaal-economische redenen speelden eveneens een rol. Een vorst die al lang afgunstig gekeken had naar de rijke bezittingen van kerken en kloosters, zag zijn kans schoon door de kant van de hervormers te kiezen.

Godsdienstoorlogen verscheurden Europa. In 1555 werd in het Duitse Augsburg besloten dat onderdanen voortaan dezelfde godsdienst moesten hebben als hun vorst: "quius regio, illius et religio". Was de vorst Protestants geworden, dan moest de totale bevolking van zijn gebied van religie veranderen, bleef hij katholiek, dan moest de bevolking Rome trouw blijven.

In 1599, tijdens de Opstand, of zoals dat vroeger heette, de Tachtigjarige Oorlog koos Gelderland de kant van de Reformatie. Op grond van de afspraken van Augsburg werden de Gendtenaren Protestant en ging de kerk over in handen van de hervormers. Voor veel inwoners veranderde er niet veel. Op een steenworp afstand lag Hulhuizen, dat tot het katholieke Kleef behoorde. In plaats van naar de kerk aan de huidige Torenlaan te gaan, wandelden de gelovigen een eindje verder om in Hulhuizen hun godsdienstige verplichtingen te vervullen.