Gelre

De periode waarin Lorsch in Gendt en de rest van de Betuwe zijn "heerschappij" uitoefende, duurde tot 1228/29. Op 19 januari 1229 verkocht Lorsch zijn bezittingen aan Graaf Gerard III van Gelre, die nog in datzelfde jaar stierf.

Zijn zoon Otto II is de Gelderse historie ingegaan als de man, die de meeste steden in zijn graafschap heeft gesticht. Ook Gendt verleende hij stedelijke rechten in 1233. Bij vonnis van Koning Hendrik VII op 4-12-1312 werden alle door Otto II verleende rechten, ook die van Gendt, vervallen verklaard. Op dezelfde dag kreeg Gendt niettemin het toen o.a. ook aan Doesburg verleende stadsrecht geschonken. (In de 18de eeuw was van die stadsrechten niet veel anders overgebleven dan dat de buurmeesters van Gendt de titel van burgemeester voerden). Eerdervermelde Otto II schonk in 1266 het patronaatsrecht van de kerk aan het door hem gestichte Cistercienzer vrouwenklooster 's Gravendaal bij Gogh. Dit klooster kreeg ook het recht van benoeming van de geestelijken. (Het gaat hier over de huidige Nederlands Hervormde Kerk aan de Torenlaan, symbool van het "oudste'" Gendt).