Lorsch

Deze gronden vonden reeds vroeger bewoning en bebouwing. Aan het begin van de jaartelling begint ook Gendt mee te tellen als cultuurland, bij de komst van Bataaf en Romein. Onmiddellijk wordt het met heel het gebied der Bataven opgenomen in een wereldrijk. Romeinse resten op de Woerd, op de Loohof en in midden Flieren, ten dele naast Bataafse, getuigen daarvan.

Duidelijk treedt Gendt pas uit het duister der historie naar voren in de Karolingische tijd, met name gedurende de regeringsperiode van Karel de Grote (768-814). Het is dan namelijk in het jaar 793 als een zekere Waltheri en Richtlint "in Gannita marca" - in de markt Gendt - hoeven met alle bouwsels er omheen schenken aan het klooster Lorsch (lauresham) in Hessen. Dit beroemde Benedictijner klooster, dat vele bezittingen in het Betuwse land verkreeg, heeft gedurende bijna 4 eeuwen ook zijn stempel gedrukt op het Gendt van die tijd. Gendt - de villa Gannita - wordt in de loop van de 9e eeuw herhaaldelijk vermeld in giftbrieven van Lorsch. Uit die eerste bronnen blijkt ook, dat Gendt reeds rond 800 een kerk had, toegewijd aan St. Maarten.