Geschenk van de Waal

Wie bij Hulhuizen op de dijk staat ziet de Waal als een brede rustige stroom naar zich toekomen. Hoe majesteitelijk de rivier zich hier aan ons voordoet, hoe machtig en gracieus tegelijk ze ook naar het zuid-westen en zuiden ombuigt in de richting van de Nijmeegse heuvelrug, valt het moeilijk te geloven, dat het deze stroom is die de Gendtse bodem grotendeels heeft opgebouwd.

En toch.... honderdduizend jaar en meer geleden moet een gletscherlobbe vanuit het noorden door het IJsseldal tot de omgeving van Nijmegen zijn doorgedrongen en daar een brede stuwwal hebben gevormd. Bij het terugtrekken van deze gletscherlobbe heeft het grote meer, dat door de afsmelting ontstond de stuwwal eerst uitgespoeld van deze zijde. Daarna is de machtige Rijnstroom, eveneens door smeltwater overvloedig gevoed, vanuit het zuiden deze opening verder gaan forceren tot wat we nu noemen de Gelderse poort, duidelijk vanaf de Gendtse dijk te zien tussen Hoog-Elten en Kleef. Bij het afnemen van de watermassa's, tegelijk het rijzen van de zeebodem, is de transportkracht van de rivier ook afgenomen en is op de uitspoeling van het Betuwedal een afzetting gevolgd. Eerst van grover materiaal, daarna geleidelijk van lichter, zanderig materiaal tot uiteindelijk zelfs slib, die nu overal de ondergrond van onze Betuwse rivierenklei vormen. Tussen de uiterste zuidelijke punt van het Gendtse grondgebied en de noordelijke en noord-oostelijke Linge is door de rivier een vruchtbare levensruimte geschapen voor plantengroei, vooral voor weelderige boomgroei en zo ook voor dier en mens.

Ofschoon aan de rivier gelegen, in het bezit van stedelijke rechten en zelfs lid van het Hanzeverbond, heeft Gendt nimmer tot een welvarende stad kunnen uitgroeien. Het bleef in werkelijkheid een agrarisch dorp. De oorzaak hiervan moet worden gezocht in de nabijheid van het veel grotere en belangrijke Nijmegen en in de gewijzigde loop van de Waal. De bedding van de rivier moet voor 1548 veranderd zijn, waardoor b.v. Gendt en Erlecom werden gescheiden. Dat blijkt uit een processtuk uit 1548, waarin het heet:
"Naderhant is die Waill boeven de Heren van Oeys heerlicheit doergeschuert en heeft oeren curs ende lope genoemen naast Ghent toe en heeft Ghent en die Erlicum gescheiden".

Zo hebben wij het vruchtbare Gendtse grondgebied voor ons zien ontstaan als een geschenk van de Waal. Zowel de waardlanden binnen de waalbocht zelf, die een heilzaam gevolg waren van overstromingsrampen en waarop eens de steenfabricage hoogtij zou vieren, vormen zo'n geschenk als de puike grondstrook binnendijks, voor de edelste teelten geschikt.