Wie was de H. Martinus?

Onze parochie heeft de H. Martinus van Tours als patroonheilige. Hieronder vindt u informatie over deze heilige. Ons Martinuskoor is naar hem genoemd, bekijkt u ook hun eigen Martinuslied, geschreven door de dirigent Jan van Schaik.

Martinus leefde in de 4de eeuw, voor het christelijk geloof een ontzettend belangrijke en boeiende eeuw. In het begin van die eeuw kregen christenen godsdienstvrijheid en aan het eind van de vierde eeuw werd het christelijk geloof staatsgodsdienst. Hij werd geboren in Pannonië, het huidige Hongarije, in de stad Sabaria, die tegenwoordig Szombathely (Hongaars) of Steinamanger (Duits) heet, als zoon van een Romeins soldaat. Daar stichtte zo'n zevenhonderd jaar later de vader van Stefan, de eerste koning van Hongarije, een beroemd Benediktijnerklooster. De geboorteplek van Sint Maarten werd in 1991 en 1996 bezocht door Johannes Paulus II, de laatste keer was de paus in gezelschap van Aleksej II, patriarch van Moskou.

Soldatenzoon Maarten groeide op in het Italiaanse Pavia. Als jongen van 10 jaar liet hij zich in de kerk opnemen als catechumeen (doopleerling). Vijf jaar later trad hij in het leger en diende onder keizer Constantius en keizer Julianus. Als soldaat in het Romeinse legioen kwam hij naar Gallië, het huidige Frankrijk.

Bij de stadspoorten van Amiens ontmoette hij eens een naakte bedelaar, die hem om Christus' wil een aalmoes vroeg. Omdat hij niets dan zijn wapen had, gaf hij hem een stuk van zijn soldatenmantel door die met zijn zwaard in tweeën te snijden. In die tijd behoorde een helft van de kleding aan de keizer en de andere helft was persoonlijk bezit. In een droom verscheen later Christus hem met de helft van zijn mantel om zich heen geslagen: "Wat je voor de geringste van mijn broeders hebt gedaan, dat heb je aan Mij gedaan". Dit gaf voor hem de doorslag om Christen te worden en zich te laten dopen.

Hij werd gedoopt door de heilige Hilarius van Poitiers. Al snel nam hij ontslag uit het leger. Maar toen hij zijn ouders in Lombardije wilde opzoeken, ontstonden er problemen tussen hem en de Arianen, ketters die daar veel aanhang hadden. Maarten hield vast aan zijn geloof en werd slecht behandeld op last van de Ariaanse bisschop van Milaan. Hij hield zich daarna schuil als kluizenaar op het eiland Gallinaria (nu Isola d'Albenga) voor de Italiaanse Rivièra, omdat ook de H. Hilarius op aandrang van de arianen verbannen was uit Frankrijk. In 361 kon hij terugkeren naar Frankrijk en voegde zich bij de H. Hilarius. Ook daar werd hij een kluizenaar, wonend in een afgelegen gebied, en hij wijdde zijn hele leven aan God. Dit voorbeeld werd gevolgd door vele monniken, later ontstond hier het Benediktijnerklooster van Ligugé.

Toen St. Lidorius de bisschop van Tours, een stad in West-Frankrijk, in 371 of 372 overleed, vroegen de christenen en priester van die stad aan Maarten of hij bisschop wilde worden. Deze wilde eigenlijk gewoon kluizenaar blijven, maar via een list werd hij naar de stad gelokt, en toen hij eenmaal in Tours was aangekomen kon hij niet meer afzien van het bisschopsambt.

Als bisschop bleef hij zijn monnikenleven voortzetten en trad op als een grote geloofsverkondiger. Hij stichtte ook veel kloosters, waarvan dat van Marmoutier het belangrijkste was. Hij vernietigde de heidense heiligdommen en preekte onophoudelijk tegen de ketterijen van die dagen. Hij werd al tijdens zijn leven als heilig beschouwd en veel wonderen werden aan hem toegeschreven. Tijdens een missiereis sterft hij in Candes, op acht november 397, 81 jaar oud. Op elf november wordt hij in Tours begraven, zijn latere feestdag.

Ook al was hij niet de marteldood gestorven, zoals veel van zijn heilige voorgangers, werd hij toch onmiddellijk door het hele volk als een grote heilige vereerd. Rond zijn graf gebeurden vele wonderen en een eeuw later roept koning Clovis hem uit tot patroon van het Frankische volk. Zijn roem verspreidt zich ook naar het noorden, en wanneer Willibrord in 695 bisschop van Utrecht wordt, wijdt hij zijn kerk toe aan de H. Martinus. Dit is de voorganger van de latere Domkerk in Utrecht, die als kathedraal van het bisdom Utrecht ook aan Martinus was toegewijd. Ook de stad zelf heeft Martinus als schutspatroon, wat onder andere is te zien aan het wapen, dat bestaat uit een zilveren en een rode helft, als verbeelding van de halve mantel van Martinus.

Sint Martinus, ook wel genoemd Sint Maarten, is, hoewel hij zelf nooit in Nederland is geweest, hier een echte volksheilige geworden. Vele kerken en kathedralen zijn aan hem toegewijd, wat zelfs terug te vinden in in meerdere plaatsnamen die naar hem verwijzen, zoals Maartensdijk bij Utrecht, St. Maartensdijk op Tholen en Sint Maartens(vlot)brug in Noord Holland. Er zijn ook gebruiken die zijn herinnering levend houden. In Noord-Holland gaan kinderen op 11 november 's avonds langs de deuren met een (zelfgemaakte) lampion en zingen:

Hier woont een rijk man, die veel geven kan.
Lang zal hij leven, zalig zal hij sterven, 't hemelrijk beërven.
Geef mij een appel of een peer, ik kom het hele jaar niet weer.

Gebed:

God, Gij hebt uw grootheid geopenbaard
in de heilige bisschop Martinus,
bij zijn leven en ook bij zijn dood.
Breng het wonder van uw genade in ons bestaan.
Laat niet toe dat leven of sterven
ons kan scheiden van uw liefde.
Door Christus onze Heer.

Patroon van: Soldaten, cavaleristen, militairen, ruiters, hoefsmeden, wapensmeden, leerlooiers, wevers, armen, bedelaars, molenaars, gordelmakers, hoteliers, kleermakers, handschoenmakers, hoedenmakers, reizigers, gevangenen, wijnboeren, borstelmakers, omroepers, geheelonthouders, herders, waarden.

Tegen: Belroos, uitslag, slangenbeten. Voor: een goede oogst