1852: eerste katholieke school in Gendt

In het verslag van 1852 wordt erover gesproken over toestemming te vragen aan de daartoe bevoegde instanties, om een school op te richten voor onderwijs aan arme kinderen. Gedeputeerde Staten van Gelderland gaven geen toestemming. Maar het gemeentebestuur liet het er echter niet bij zitten, ook al omdat wethouder Herman Terwind tevens president van de Vincentiusvereniging was.

Er werd zelf een verzoek gericht tot koning Willem de Derde, om het bestuit van Gedeputeerde Staten nietig te laten verklaren. Ook het hoofd van de openbare school, meester J.C.Backer was fel tegenstander van een tweede school in Gendt, hij zou er dan financieel op achteruit gaan. Toch kwam er na ongeveer een jaar de goedkeuring van Gedeputeerde Staten. Meester Backer vroeg meteen schadeloosstelling aan, maar Gedeputeerde Staten antwoordden; dat daarvoor geen middelen beschikbaar waren.

Uit het verslag blijkt dat Gendt een der eerste plaatsen was, waar pogingen werden gedaan om tot bijzonder, katholiek onderwijs te komen. De toenmalige katholieke pers van geheel Nederland is er zelfs nog aan te pas gekomen.

School

In Gendt waren heel veel arme kinderen, ook kinderarbeid was algemeen bekend en zij die het konden betalen, kregen onderwijs op de openbare school. In de winter van bijvoorbeeld 1860 werd het Vincentius schooltje door 166 leerlingen bezocht, terwijl er in de zomer maar 62 leerlingen waren. De overige 104 moesten werken, thuis, of op 't land en op de steenfabriek van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. De Vincentius school werd geheel bekostigd door de Gendtse gemeenschap. Deze school stond in de Dorpstraat, tussen het huidige cafe "De Klok" en het woonhuis van de familie Weghorst.

Vele jaren heeft dit schooltje bestaan en waarschijnlijk is deze school later toch weer opgeheven vanwege de hoge financiële lasten.