De eerste aanzet in Gendt

Op 2 September 1849 kwamen enige vooraanstaande mannen uit de gecombineerde parochie Gendt en Hulhuizen in tegenwoordigheid van pastoor Oosterik en kapelaan Bleumers bijeen, om over te gaan tot oprichting van de conferentie den Heilige Sint Vincentius vereniging. Een lid uit Arnhem was hierbij aanwezig.

Als bestuur werd gekozen: Herman Terwindt, landbouwer als president; Jozef Corman, zonder beroep als secretaris; Johannes Hendriks van beroep schipper als penningmeester, en Willem Nijs van beroep verver werd gekozen als magazijnmeester. Ook de leden werden genoemd, meestal met vanouds Gendtse namen. Als patroon der conferentie werd gekozen de Heilige Martinus, terwijl de zeereerwaarde heer pastoor Oosterik het beschermheerschap op zich nam.

Tijdens de vergadering van 6 oktober 1849 werd besloten om de raad van Nederland te verzoeken de inlijving bij de Sint Vincentiusvereniging te bevorderen. De inlijving ging door, hetgeen bleek uit een schrijven van 19 november 1849, waarna op 16 december van dat jaar de plechtige installatie plaats vond in de R.K. Kerk.

In de naar de hoofdraad gezonden verslagen vind men interessante gegevens. Vooral de verslagen van de eerste secretaris, de heer Jozef Corman, muntten in elk opzicht uit: prachtig schoonschrift, keurige taal, overzichtelijke opstelling en nauwkeurige gegevens. Het is een lust om deze verslagen door te lezen. Precies staat elk jaar genoteerd wat er is uitgegeven zowel aan goederen als kontanten zoals b.v. een pet, 30 maatjes olie, 21 paar klompen, I el pilo, 3 en een half pak zout enz. enz.

Koninklijke belangstelling

Reeds in februari 1850 besloot men om aan H.M. de Koning de goedkeuring voor een verloting te vragen. Pas bijna 2 jaar later, op 6 december 1851 komt de goedkeuring. En dan klagen wij tegenwoordig, dat de ambtelijke molens langzaam malen. Maar toen beloonde men tenminste het lange wachten, want Hare Majesteit schonk als prijs twee kostbare porseleinen vazen en een sierlijk geborduurd schellekoord.

Bibliotheek

In 1851 wordt een leesbibliotheek opgericht ten doel hebbende: de bevordering van godsdienstzin en deugd. Tot bibliothecaris werd benoemd broeder J. van den Donck.

Tot 1963, dus 112 jaar, bleef de bibliotheek tot het werk van de Vincentiusvereniging behoren. In dat jaar werd de bibliotheek vanwege de mogelijkheid om overheidsfinanciering te verwerven, omgezet in een R.K. Openbare bibliotheek en leeszaal en overgedragen aan een Stichting. Door het recht van benoeming van een aantal bestuursleden bleef de Vincentiusvereniging bij het bibliotheek werk betrokken. Pas onlangs trok de Vincentiusvereniging zich uit dit werk terug.