Het begin in Frankrijk

Frederic Ozanam

In 1833 richtten enige studenten van de Sorbonne, de universiteit van de Franse hoofdstad Parijs, vooral onder aanvoering van de dokterszoon Ozanam, een conferentie de charité op, een liefdadigheids conferentie om in Frankrijk vanuit de katholieke traditie de zorg van en voor de armen meer en beter gestalte te geven.

Frederic Ozanam werkte en studeerde hard, maar hij sloot zijn ogen niet toen hij dagelijks zag dat de kloof tussen arm en rijk en tussen de zwakkeren en de sterkeren in de samenleving groot was en alsmaar groter werd.

Samen met een aantal medestudenten sprak hij niet zelden over de kerk, het geloof en de maatschappij in het algemeen. In Frankrijk was er grote armoede, zowel in de steden als op het platte land. Frederic en zijn medestudenten waren ervan overtuigd, dat armoede en systematische achterstelling een grote schande was. Het verzoenen van de rijken met de armen beschouwden zij als een opdracht van de kerk.

En men vond, dat men het niet afleen moest laten bij constatering van feiten. Men was ervan overtuigd, dat met praten alleen de situatie in de wereld, en met name het steeds groter wordend verschil tussen arm en rijk niet verholpen kon worden. Vanuit deze katholieke zienswijze en katholieke traditie richtte Frederic Ozanam met zijn medestudenten deze conferentie van liefdadigheid op die zij onder bescherming stelden van de Heilige Vincentius a Paulo.


Vincentius a Paulo

Vincent de Paul, geboren in 1581 in Zuid Frankrijk, was in die tijd een sprekend voorbeeld van christelijke dienstbaarheid. Als priester bewoog hij zich onder de armen van Parijs en later ook onder de behoeftigen op het platteland van Frankrijk. Vooral vanwege zijn tomeloze inzet voor de armen werd hij heilig verklaard.


Onder de indruk van de grote ellende en met de zegen van hun heilige voorganger gingen de jonge actieve studenten van Parijs aan de slag. Ze bezochten de in armoe verkerende gezinnen; gingen naar hulp behoevende bejaarden en zieken. Men hielp waar mogelijk en nodig was, zowel in de steden als op het platte land. Aangestoken door dit enthousiasme sloten zich meer goedwillende mensen bij de groep aan. De conferentie de charité werd een begrip en kreeg bekendheid buiten Parijs en zelfs buiten Frankrijk.

Frederic Ozanam, die later hoogleraar werd aan dezelfde universiteit van Parijs had met de oprichting van zijn conferentie duidelijk twee doelen voor ogen. Enerzijds moedigde hij de armen aan om voor hun eigen belangen op te komen en riep hij hen op tot onderlinge solidariteit. Anderzijds wees hij de verantwoordelijken in de samenleving op hun plicht van naastenliefde. Deze tweesporigheid om het lot der armen indirect en ook direct in gunstige zin te veranderen, vond dan ook overal weerklank.

Ook in Nederland.

Want op 10 februari 1846 werd in Den Haag in de sacristie van de katholieke kerk aan de Oude Molenstraat de eerste conferentie inons land opgericht, die op 4 maart van dat jaar al door de in Parijs gevestigde Algemene Raad werd geaccepteerd en als zodanig ingelijfd. En ook in datzelfde jaar kwamen er conferenties van de grond in Delft, Leiden, Schiedam, Den Bosch en Nijmegen. Daarna ging het heel snel,Gendt werd als dertigste Nederlandse conferentie toegevoegd aan de internationale Vincentius vereniging van Parijs.